Historie familie Sterk

Historie van familie Sterk, een oude Lemster visrokersfamilie

Interview met André Sterk (5 generatie) 26 september 2005 te Lemmer

Rond 1890 wordt er in Lemmer veel haring en ansjovis aangevoerd. In 1915 liggen er meer dan honderd schepen in de haven, waaronder boters, schouwen en aken. Al die verse vis wordt in de ‘hangen’ van Lemmer schoongemaakt en verwerkt. Deze visfabrieken zorgen voor werkgelegenheid in Lemmer en de handelaars doen zaken tot ver op de grenzen. Lemmer vloeit als vissersplaats. De vloei van de visserij is in Lemmer van korte duur, vergeleken met andere vissersplaatsen aan de Zuiderzee, zoals Urk, Volendam en Spakenburg. Vanaf begin jaren dertig gaat het bergafwaarts met de visserij vanuit Lemmer, maar de visverwerking en –handel zijn tot vandaag de dag van belang gebleven.

Lemmer en gerookte haring horen bij elkaar. Met het fabrieksmatig roken, zouten en inleggen van vis wordt al aan het einde van de 19de eeuw begonnen. Er staan grote rokerijen aan de kade van de haven, waar verse vis uit de Zuiderzee gerookt (haring) en gezouten (ansjovis) wordt. Op oude foto’s is te zien dat vrouwen (en vaak ook kinderen) in het voorjaar de ansjovis uit de netten pluizen in de rokerijen de haring ‘opspeten’ (aan het spit rijgen) voor hij in het rookhok wordt gehangen. Verse vis bederft snel en voor de uitvinding van het op ijs bewaren en invriezen had men methodes ter beschikking zoals roken, zouten en inleggen in azijn.

Rond 1900 is de firma van Johannes Sterk een van de drie grote rokerijen in Lemmer. De andere grote rokerijen zijn De Rook en De Jager. Sterk is begonnen met het venten van vis per hondenkar. Hij koopt in 1882 een pandje aan de haven voor het verwerken en roken van vis ui de Zuiderzee.  ‘wat hij aanraakt veranderde in goud.’ vertelt zijn achterkleinzoon André Sterk over de ontwikkeling van het familiebedrijf ruim honderd jaar geleden. ‘Eerst ventte hij vis uit met een hondenkar. Later kocht hij een pandje aan de haven om er haring te roken en ansjovis te zouten. Johannes had zeven zonen, die allemaal “in de vis” zijn gegaan. Er lagen toen in de haven meer de honderd vissersschepen.’

Vlak naast het oude fabrieksgebouw van zijn voorvaders drijft André Sterk het vishandelsbedrijf ‘Sterk Trading’. De visverwerking en vishandel zijn hem met de paplepel ingegoten. Zijn overgrootvader, grootvader, vader, oom en broers zaten en zitten allemaal ‘in de vis’. Sterk zelf gaat ook op jonge leeftijd van school af om bij zijn vader in het bedrijf te werken. Wanneer hij begint te vertellen over de geschiedenis van het familiebedrijf, weet hij van geen ophouden. ‘In de bloeitijd van de visserij gooide iedereen in Lemmer die een bootje bezat netten uit en ving vis. Mijn overgrootvader kocht al handelaar die vis op, conserveerde en verhandelde de vis. Rond 1880 verdiende hij goed met die vishandel en leende geld uit aan anderen. Hij speelde voor banier, en net als andere middenstanders in de tijd financierde hij visserlui. Zij maakten afspraken over het afbetalen van de schuld. Hoe dat in zijn werk ging, weten we niet precies. Daarover staat niets op papier.’ Volgens Sterk hebben deze kredietverschaffers de bloei van de visserij in Lemmer ook bevorderd.

Bijna-faillissement

Aan het begin van de 20ste eeuw loopt het visverwerkingsbedrijf van Johannes Sterk als een trein. Het bedrijf exporteert gerookte vis-ansjovis en haring – en ingelegde haring in potjes aan Duitse handelaars. Totdat de plannen voor de sluiting van de Zuiderzee het einde aankondigen van de Zuiderzeevisserij op haring en ansjovis. Sterk: ‘De zonen van mij overgrootvader hebben toen veel ansjovis opgekocht, gezouten en opgeslagen in ankertjes. Alle financiële middelen van het bedrijf Sterk zijn in de laatste ansjovis gestoken. Andere rokers deden dat ook. Lemmer stond bol van de opgeslagen ansjovis. Maar die ouwe Johannes Sterk wat ’t er niet mee eens en zie: “Jongens, dat moet je niet doen. Nu verkopen, nu winst pakken.” Hij kreeg gelijk. Na de afsluiting van de Zuiderzee kwam de ansjovis nog een paar jaar terug en de prijs kelderde. Hitler kwam in Duitsland aan de macht, sloot de grens voor de Nederlandse vis en kocht ansjovis in Spanje. Een broer van mij vader is nog naar Spanje gegaan om via een bedrijfje in Baskenland die voorraad ansjovis te verkopen. Ook mijn vader moest op Spaanse les. Maar die handel is niet gelukt. Om z’n zonen van een faillissement te redden moest de ouwe Johannes al zijn bezittingen, landerijen en boerderijen verkopen. In de crisisjaren heeft de firma Sterk veel geld verspeeld. Er zat geen plank meer in de zolder! Het enige wat overbleef, was ruzie in het familiebedrijf.’

Voor de aanvang van de oorlog is de visfabriek van Sterk een berooide onderneming. De zonen van Johannes zwermen uit over Nederland en beginnen eigen bedrijven in IJmuiden en Volendam. In Volendam staat nog een Haringinleggerij die onder de naam Sterk werkt. André Sterk: ‘Mijn grootvader Gerardus bleef met twee broers in het kwijnende bedrijf n Lemmer en ging weer roken en inleggen, zoals zijn vader dat gedaan had. In de oorlogstijd stopte Gerardus zijn activiteiten, omdat hij het verdomde aan de Duitsers vis te leveren. Er is dan weinig meer van het visverwerkingsbedrijf over.’

Paling roken

Na de oorlog beginnen de IJsselmeer vissers weer met kuilnetten paling te vangen. De opkomst van de paling in het verzoetende IJsselmeer is een nieuwe ontwikkeling waarop de verwerkers in Lemmer snel inspelen. Sterk: ‘In de tijd van mij grootvader werd er geen paling in de rokerij verwerkt. Mijn vader heeft, toen de oorlog voorbij was, het bedrijf met een jongere broer overgenomen van Gerardus. Zij startten met het roken van haring, makreel en paling uit het IJsselmeer. Ik weet nog dat de haven van Lemmer in de jaren vijftig en zestig vol lag met schepen die van mei tot half september met de kuil op paling visten. Paling was er volop!”

Na de oorlog is de rokerij Sterk alleen het pandje aan de haven overgebleven. Wiro Sterk en zijn broer beginnen weer met het roken van vis. Ze gaan nu naast bokking, makreel en spekbokking in de zomer ook paling roken. Per vrachtwagen wordt de gerookt vis in de provincie verhandeld. André Sterk: ‘De gerookte paling leverde op de kermissen in Brabant en Limburg het meeste op. Friezen vonden paling te duur!’

In 1959 komt André op 14-jarige leeftijd bij zijn vader Wiro in het bedrijf. Er werken dan acht man in de rokerij en het bedrijf heeft een jaaromzet van 350.000 gulden. Het was hard werken en onderaan beginnen. Sterk: ‘Eigenlijk ging alles in het bedrijf er nog hetzelfde aan toe als direct na de oorlog. Het inleggen van haring en paling roken gebeurde nog op precies dezelfde manier. We begonnen op maandagmorgen om vijf uur. De paling kwam schoongemaakt uit Urk of Enkhuizen. In het rookhok gebruikten we als brandstof hout, spaanders en zaagsel van fabriekjes uit de omgeving, zoals de klompenfabriek in Hoogeveen of de timmerfabriek voor kerkbanken en doodskisten bij Woudsend. ’s Winters was ’t haring en makreel verwerken: schoonmaken, opspeten en roken. ’s Avonds haalde Van Gend & Loos 200 tot 400 doosjes op met twaalf pond gerookte aaltjes, zo dik als een pink. De volgende morgen lag de vers gerookte paling dan in de winkels.’

De ingelegde haring en gerookte vis uit de ‘hang’ van Sterk worden met een vrachtwagen uitgezet bij kleine handelaren in de wijde omgeving. Sterk: ‘Je had kleine middenstanders en particulier die op vrijdagavond met bokking en zure haring in  potjes langs de deuren gingen. Wij zetten tweemaal per week laatjes gerookte vis af op adressen in Groningen, Friesland en Drenthe. Die verkoop heb ik zelf ook gedaan.’ Ook wordt de gerookte paling uit Lemmer afgezet in grote Duitse steden. Sterk: ‘Elke zondagochtend bracht ik 200 doosjes gerookte paling naar de markt in Hamburg. Daar stond een standwerker, die de paling direct vanuit z’n auto aan de man bracht. Soms moest ik even wachten op m’n geld, maar meestal betaalde hij meteen. Doordeweeks verkocht-ie paling op de stoep van grote winkelbedrijven of op de kermis in grote Duitse steden. We hebben veel aal aan hem verkocht.’

Omschakeling van IJsselmeerpaling naar Noordzeevis

In 1963 sluit in IJmuiden de visafslag op zaterdag en richten de vissers van Urk een eigen afslag voor Noordzeevis op. Zes jaar later wordt de kuilvisserij verboden vermindert de aanvoer van paling op de visafslagen aan het IJsselmeer drastisch. Voor de visverwerkers van Lemmer hebben deze twee gebeurtenissen ingrijpende gevolgen. Enerzijds is door de nieuwe afslag van Urk de aanvoer van Noordzeevis binnen handbereik gekomen, anderzijds neemt de aanvoer van IJsselmeerpaling voor de rokerijen af.

De firma Sterk gaat op zoek naar nieuwe mogelijkheden in de visverwerking. Halverwege de jaren zestig begint het bedrijf met het fileren en invriezen van schol, naast de bestaande rokerij. Met de aankoop van nieuwe machines voor het fileren en invriezen van zeevis krijgt de visverwerking steeds meer de overhand in het bedrijf. Sterk: ’In de jaren zestig kwamen de meeste paling voor de rokerij nog uit het IJsselmeer. Er werd wat geëxperimenteerd met importpaling. Maar in 1969 werd de kuilvisserij op het IJsselmeer verboden. Dat is, naar mijn mening, een grote fout geweest. Het kwam erop neer dat de beroepsvisserij moest wijken voor de hengelsprot van de vrijetijdsbeoefenaars. Daarmee is de beroepsmatige IJsselmeervisserij kapot gemaakt. In 1970 zijn we gestopt met het inleggen en roken van vis en paling. We zijn in de zeevis gegaan. Vis kochten we op Urk en schol fileren hebben we onszelf geleerd. Verse scholfilet verkochten we veel aan Duitse klanten. Er ontstond ook vraag naar diepvriesproducten.’ In 1970 bouwt de firma Sterk met behulp van een kleine subsidie een vrieshuis op een industrieterrein bij Lemmer. Sterk: ‘Daar zijn we begonnen met fileren van vis het invriezen van visfilets. Om de paar jaar investeerden we in nieuwe machines en het bedrijf begon enorm te groeien.’

Grootste platvisverwerker van Nederland

In 1972 neemt de volgende generatie – de broers Gerardus, André en Peter – het bedrijf van vader Wiro over. De fabriek groeit in de jaren zeventig en tachtig uit tot een modern visverwerkingsbedrijf. In de jaren negentig werken er circa 300 mensen en is de jaarlijkse omzet bijna 100 miljoen gulden. Deze ontwikkeling brengt voor het familiebedrijf met zijn oude gewoontes nieuwe problemen met zich mee. ‘Het bedrijf werd steeds groter ne wij waren meer doeners dan managers.’ Vertelt André Sterk. ‘We zaten met z’n drieën in één kantoor, wisten precies van elkaar wat er gebeurde en hadden goed contact met elke werknemer!’ Zo is het visverwerkingsbedrijf Sterk in 1990 uitgegroeid tot de grootste platvisverwerker van Nederland. Met 320 man in dienst is het bedrijf tevens de grootste werkgever van Lemmer. Wekelijks wordt 350 ton schol verwerkt en als filets ingevroren. De visproducten uit Lemmer gaan naar Duitsland, Zwitserland, Engeland en Amerika. Het bedrijf verwerkt voornamelijk zoutwatervis. Ook nog wel wat snoekbaars uit het IJsselmeer, maar het merendeel van de snoekbaars komt dan al uit het buitenland.

In buitenlandse handen

Begin jaren negentig waait er een nieuwe wind door de Europese handelsmarkt. Europa wordt één en de grenzen van de EU-landen zullen opengaan. Het bedrijfsleven wordt onbeperkt handelsverkeer in het vooruitzicht gesteld. Britse ondernemers in levensmiddelen willen grip krijgen op de Europese vismarkt. Ze kopen succesvolle Nederlandse familiebedrijven op in de schelpdiersector en in de visverwerkende industrie. Ook de visfabriek van Sterk krijgt te maken met deze nieuwe ontwikkelingen. In 1990 verkopen de gebroeders Sterk het familiebedrijf aan een Britse multinational. Ze blijven nog enige jaren bij het bedrijf betrokken, maar stappen er in 1993 uit.

Daarna wordt het bedrijf meerdere malen doorverkocht. In 2006 is het bedrijf in Noorse handen en het ‘Fjord, Seafood Sterk’. Men verwerkt er nog steeds zeevis. En hoe is het de achterkleinzoon van Johannes Sterk vergaan? Na de overname van het oude bedrijf is André Sterk voor zichzelf begonnen. Onder de naam ‘Sterk Trading’ verhandelt hij vis. Sterk: ‘Ik koop bevroren snoekbaarsfilet in Rusland en prachtige paling in Ierland, Marokko en Turkije. Voorn en brasem uit het IJsselmeer worden in Friesland verwerkt, gedroogd en gezouten, en geëxporteerd naar Israël. Ik ben weer helemaal terug in de zoetwatervis, terug bij m’n oorsprong!’